Ursula-lied

Het Ursula-lied

Sinds 1983 leren de nieuwe brugklasleerlingen tijdens het jaarlijkse Brugklaskamp een nieuw couplet van het Ursulalied. De tekst verwijst telkens naar het betreffende kamp of spraakmakende gebeurtenissen in de voorbije maanden van dat jaar. De laatste avond wordt het door alle bruggen uit volle borst meegezongen (zie foto hiernaast). De coupletten van 1983 t/m 2000 werden gedicht door Jos Stollman, vanaf 2001 door Noël Reintjens.

Het overzicht is niet helemaal compleet: Tips voor aanvullingen zijn altijd welkom, jstollman

Refrein:
Sint Ursula, Sint Ursula, parel der Hornerhei,
Van brugklas tot examen, jouw loflied zingen wij!

1983
Wij zijn van drie-en-tachetig
dat ziedend hete jaar,
op kamp geteisterd door de zon
gehard voor wel zes jaar.
De strijd tegen de wespen hield
ons dag en nacht in touw,
o Ursula. kom nu maar op
we lusten je wel rauw!

1984
Wij zijn van vierentachetig
van het dertiende kamp,
het noodlot tartend in de zon,
bang wachtend op de ramp.
Maar leraren en spoken
ze kregen ons niet klein,
Zou Ursula, die grote school
de echte ramp dan zijn?

1985
Wij zijn van vijfentachetig,
vol moed van start gegaan.
Het regende en spookte wat
doch een ding greep ons aan:
Een film om van te rillen
vol wreedheid en vol bloed,
een voorproefje van Ursula?
O Here, geef ons moed!

1986
Wij zijn van zesentachetig,
na'n zomer droog en heet
dreigde er storm en regenweer
toch vloeide slechts wat zweet.
De film was weer onthullend,
ons wacht een pijnlijk leed:
We worden door Sint Ursula
volledig uitgekleed!

1987
Wij zijn van zeev'nentachetig
dat laat septembernest.
Een zeer wreed stel docenten
heeft onze kracht getest.
Wij vochten tegen spoken,
zo groeide onze moed.
O, grote school, kom nu maar op,
wij hunkeren naar bloed!

1988
Wij zijn van achtentachetig
zes klasjes, lekker knus,
We voelden ons heel dapper
en dachten: "makke klus!"
Ons heldendom werd echter
zeer vakkundig weggespoeld,
O Ursula, wij hebben reeds
uw nattigheid gevoeld!

1989
Wij zijn in neegnentachetig
onder de koopren ploert
voor 't eerst met MAVO door
de Ursulinepap geroerd.
De geselende stralen
hebben ons keihard gesmeed.
Wij dagen u, Sint Ursula,
geen strijd is ons te heet!

1990
Wij zijn van neegtiennegentig,
wij zijn hardstikke knots,
door wespensteken. Goonie-film
zo keihard als een rots!
Geen spook, docent, woestijnzon
heeft ons oprukken gestuit,
Wij halen sjeikdom Ursula
in één dag onderuit!

1991
Wij zijn in één-en-negentig
door Urs'la ingelijfd,
de blik nog wazig bij de film
door spook van angst verstijfd.
Wij pikken het niet langer,
wij stappen Urs'la uit:
onafbank'lijk Bruggistan
De schatberg: onze buit!

1992
Wij zijn van twee-en-negentig,
vooraf heel nat en bang,
maar hielden met zijn allen
de weergod in bedwang.
Geen slijm, geen spook, geen leraar
kon onze macht weerstaan.
O Ursula verdedig u,
de brugstorm komt eraan!

1993
Wij zijn van drie-en-negentig
het jubileumjaar.
De bal was nat, het veld heel glad.
en 't spookte hier en daar.
De weg werd ons gewezen
door het spannend filmverhaal:
We rukken op naar Ursula,
want daar ligt onze graal!

1994
Wij zijn van zes voor 't einde
van dit wreed millennium
dat startte met een kruistocht
en eindigt met lumpsum
Examen rond 2000
dus wij roepen: volg ons na!
We trekken weer ter kruisvaart
naar de burcht Sint Ursula!

1995
Wij zijn van vijf-en-negentig
die zomer droog en heet.
De intocht werd nog rijk besproeid
maar weldra vloeide 't zweet.
De angst voor dreigend bomgeweld
werd ons diep ingeheid.
Wij rammen dwars door Ursula
naar roem, onsterflijkheid!

1996
Wij zijn van zes-en-negentig
met zilver-shirts getooid,
onder een dubb'le regenboog
voor d'Urs'la-leeuw gegooid.
Maar weg joegen we spoken,
zagen leraars wanhoops-zweet.
Wij bussen richting Ursula
en blazen op die keet!

1997
Wij zijn van zeev'nen-negentig
ons thema: wereldreis.
Langs schatten van de goonies,
door spokenparadijs.
Nog rustig bulten tellen
tussen maïs en dennenbos,
maar Ursula, het roer gaat om,
nu gaan de remmen los.

1998
Wij zijn in achtennegentig
naar Ursula gelokt,
Maar hebben in de modder
op 't verkeerde spook gegokt.
Ons spaargeld was in roebels,
Daniëlla onze bruid.
O Ursula, de afgrond gaapt,
trek ons hier levend uit!

1998 - Mega Schoolorkest
Hier staat in acht-en-negentig
Dit mega schoolorkest.
De vastenactiepot moet vol,
Daarvoor doen wij ons best.
Wij blazen, plukken, trekken
Menig mooi massaal akkord:
Sint Ursula in't Guinness-book,
Haar roem is ongehoord!

1999
Wij zijn de laatste feuten
van een haast voorbije eeuw,
staarden angstig in de ogen
van de Ursulijnse leeuw.
Maar we leerden met hem praten,
dronken emmers spokenbloed.
De zon smolt alle vrees weg
Voor het lerarengebroed!

2000
Wij hebben in tweeduizend
Onder 't zilv'ren juk gezucht,
Doch dreven weergod Pluvius
Na één nacht op de vlucht.
Doldriest als een gorilla
Raasden wij door 't spokenbos,
Wij tarten u, O Ursula,
Het beest in ons is los!

2001
We zijn van 't kamp tweeduizendeen,
Het eerste Reintjensjaar,
Het weer bracht volop zon en wind
En muggensteekgevaar.
De spoken kregen alle
Geen enk'le schijn van kans;
Dus reken maar Sint Ursula
Is echt met ons meer mans!

2002
Wij zijn van 't jaar tweeduizendtwee
Vooraf zo vrees'lijk nat.
De kluis die werd geopend
Met de sleutel van een rat.
De spoken waren talrijk
Maar we hielden z'in bedwang,
O Ursula, wij komen nu
En zijn beslist niet bang!

2003
Wij zijn van 't jaar tweeduizenddrie
De hitte zijn we kwijt.
Dus gaan we fris het perk in
Voor onze schoolse strijd.
Met dertien klassen zijn we,
Kijk dus écht maar voor ons uit!
O Ursula, daar komen we,
Met volle kracht vooruit!

2004
Wij zijn van 't jaar tweeduizendvier
't Olympisch vuur is weg.
De zon kwam naar de Schatberg toe
De regen bleef dus weg.
Wij barsten nu van werklust,
Wij kunnen alles aan.
O Ursula, niets houdt ons vast
En ál moet uit de kast!

2005 Wij zijn van 't jaar tweeduizendvijf
De zon brak eind'lijk door.
Het eten duurde eindeloos
Maar 's avonds kwam de 'GHOST',
En die gaf ons de sleutel:
We doen de panda-dans.
O Ursula, wat een gedoe
We grijpen onze kans!

2006
Wij zijn van 't jaar tweeduizendzes
De zomer was bizar!
Oranje was een grote flop
Een ware voetbalramp.
Dus maken wij van 't brugklaskamp
Een echte wereldtop!
O Ursula, let nu maar op,
Wij willen hogerop!

2007
Wij zijn van 't jaar nul-zes plus één
De toekomst lacht ons aan.
Daar hoeven wij geen doping voor,
Die troep laten we staan!
De regen kan ons niet verslaan,
De zon breekt toch weer door
O Ursula, wij zijn heel stoer,
Wij winnen onze Tour!

2008
Wij zijn van 't jaar tweeduizendacht,
We hebben lang gewacht.
In China is de vlam gedoofd,
Daar wordt het langzaam stil.
Goed scoren dat is onze wil,
Wij hebben 't thuis beloofd!
O Ursula, wij lappen 't em:
Wij gaan voor 't podium!

2009
Twee-duizend-negen is ons jaar,
Toen gingen wij op kamp.
Het weer was heel veranderlijk,
Maar werd toch echt geen ramp.
We spookten, sportten, speelden,
En hadden heel veel lol.
O Ursula, wij komen nu
En gaan uit onze bol!

2010
Twee-duizend-tien dat is ons jaar,
Toen gingen wij op kamp.
Het weer was heel veranderlijk,
Maar werd toch echt geen ramp.
We spookten, sportten, speelden,
En hadden heel veel lol.
O Ursula, wij komen nu
En gaan uit onze bol!

2011
Twee-duizend-elf dat is ons jaar,
Toen gingen wij op kamp.
Het weer was heel veranderlijk,
Maar werd toch echt geen ramp.
We spookten, sportten, speelden,
En hadden heel veel lol.
Al veertig jaar doen wij dat nu
En gaan uit onze bol!

2012
Twee-duizend-twaalf dat is ons jaar,
Toen gingen wij op kamp.
Het weer was heel veranderlijk,
Maar werd toch echt geen ramp.
We spookten, sportten, speelden,
En hadden heel veel lol.
O Ursula, wij komen nu
En gaan uit onze bol!

2013-2017
……………..

2018
Tweeduizendachttien is ons jaar
Het kan al niet meer fout.
Nog maar één jaar Sint Ursula,
Dan ben je 100 jaren oud.
De eeuwenoude dame,
die van de Bergerweg,
Ze is nog jong en scherp van geest,
Ze is nog lang niet weg!